De Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) houdt toezicht op verschillende wetten. Deze wetten gaan onder andere over telecommunicatie, apparatuur, energie en het digitale (cyber)domein. Als de RDI vaststelt dat iemand of een organisatie zich niet aan deze regels houdt, kan zij een bestuurlijke boete opleggen.  

Op deze pagina leest u hoe het proces verloopt: van het moment dat de RDI een overtreding vaststelt tot en met een mogelijke boete, publicatie en de mogelijkheden om bezwaar te maken en beroep in te stellen. 

Wanneer kan de RDI een boete opleggen?

De ministers van Economische Zaken, Klimaat en Groene Groei en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hebben de RDI aangewezen als toezichthouder. Als de RDI een overtreding vaststelt van een wet waarop zij toezicht houdt, kan zij namens één van deze ministers een bestuurlijke boete opleggen. De RDI kan er ook voor kiezen om hierover een nieuwsbericht te publiceren. 

Het juridische traject

Het proces ziet er op hoofdlijnen als volgt uit.  

Termijn voor het nemen van een boetebesluit 

In de Algemene wet bestuursrecht staat een richttermijn van 13 weken voor het nemen van een boetebesluit.  In de praktijk kan het proces langer duren, bijvoorbeeld bij complexe zaken of als meerdere partijen hun zienswijze mogen geven. 

Boetebeleid: zo bepaalt de RDI de hoogte van de boete

Om ervoor te zorgen dat in afzonderlijke zaken een passende boete wordt opgelegd, hanteert de RDI een boetebeleid.

Het boetebeleid van de RDI geldt voor alle wettelijke bepalingen waarop de RDI toezicht houdt en waarvoor in de wet- en regelgeving geen boetebedrag is bepaald. Een uitzondering hierop zijn de boetebevoegdheden die de RDI heeft voor Caribisch Nederland; deze zijn uitgezonderd van het boetebeleid. 

Wat betekent het boetebeleid voor u als overtreder? 

Het boetebeleid geldt alleen als het gaat om een overtreding van een bepaling die onder het toezicht van de RDI valt en waarvoor de RDI besluit een boete op te leggen. 

Op basis van het boetebeleid worden boetes aan de hand van een stappenplan vastgesteld. In de eerste stap van het beleid wordt een basisbedrag vastgesteld. In het boetebeleid zijn meerdere categorieën vastgesteld. Iedere categorie kent een eigen basisbedrag. Hoe ernstiger een overtreding, hoe hoger de categorie en hoe hoger het basisbedrag. Verder houdt de RDI in het stappenplan rekening met onder andere de ernst van een overtreding, de mate van verwijtbaarheid en de financiële draagkracht van een overtreder. Zo zorgt de RDI ervoor dat de boete past bij de situatie. 

Hoe ziet dit er in de praktijk uit? 

Om inzichtelijk te maken hoe het boetebeleid in de praktijk werkt, zijn hierna twee rekenvoorbeelden opgenomen. 

Rekenvoorbeeld 1 
Allereerst de situatie dat sprake is van illegaal frequentiegebruik in de vorm van een illegale omroepuitzending. Dat levert een overtreding op van artikel 10.15 van de Telecommunicatiewet, gelezen in samenhang met artikel 3.13 van de Telecommunicatiewet. De overtreding ‘illegale omroep’ is in bijlage 2 bij het boetebeleid ingedeeld in categorie IV. Uit artikel 3 van het boetebeleid blijkt dat het basisbedrag voor een overtreding die is ingedeeld in categorie IV € 150.000,- bedraagt. Indien en voor zover geen sprake is van boeteverhogende dan wel boeteverlagende omstandigheden, dan blijft het basisbedrag op grond van stappen 2 tot en met 4 staan. In stap 5 van het boetebeleid wordt vervolgens rekening gehouden met de omzet of het vermogen van een overtreder. Als sprake is van een natuurlijke persoon, dan wordt in stap 5 van het boetebeleid een percentage toegepast van 5% op het na stap 4 vastgestelde boetebedrag. In het rekenvoorbeeld betekent dit, dat het boetebedrag na stap 5, 5% van € 150.000,- bedraagt, dus € 7.500,-. Als de overtreder in staat wordt geacht dit bedrag te kunnen betalen en er geen andere bijzondere omstandigheden aan de orde zijn waardoor dit bedrag niet passend is, wordt het boetebedrag vastgesteld op € 7.500,-. 

Rekenvoorbeeld 2 
Verder nog een voorbeeld van een situatie waarin een grondroerder in geval van graafwerkzaamheden geen onderzoek heeft verricht naar de precieze ligging van onderdelen van netten op de graaflocatie. Dat levert een overtreding op van artikel 2, derde lid, onder b, van de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken. Deze overtreding is in bijlage 2 bij het boetebeleid ingedeeld in categorie III. Daarvoor staat op grond van artikel 3 van het boetebeleid een basisboetebedrag van € 50.000,-. Indien en voor zover geen sprake is van boeteverhogende dan wel boeteverlagende omstandigheden, dan blijft het basisbedrag op grond van stappen 2 tot en met 4 staan. In stap 5 van het boetebeleid wordt vervolgens rekening gehouden met de omzet of het vermogen van een overtreder. Als sprake is van een rechtspersoon die een omzet heeft van minder dan € 1.000.000,-, dan wordt in stap 5 van het boetebeleid een percentage toegepast van 10% op het na stap 4 vastgestelde boetebedrag. In het rekenvoorbeeld betekent dit, dat het boetebedrag na stap 5 10% van € 50.000,- bedraagt, dus € 5.000,-. 

Betaling van de boete

Een boete moet op grond van de Awb worden betaald binnen zes weken na verzending van het besluit. Als u als overtreder de boete niet binnen deze termijn betaalt, bent u wettelijke rente verschuldigd. U betaalt via de factuur van het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB). 

Bezwaar en betaling 

Maakt u bezwaar of stelt u beroep in? Dan wordt de betaling opgeschort. U hoeft de boete pas te betalen als deze definitief is.

Betalingsregeling 

Kunt u de boete niet in één keer betalen? Dan kunt u bij het CJIB een betalingsregeling aanvragen om de boete in maandelijkse deeltermijnen te betalen. Informatie hierover staat op de factuur. Het CJIB beoordeelt uw aanvraag. Voor alle vragen over betalingsregelingen kunt u bij het CJIB terecht via www.cjib.nl

Publicatie van boetebesluiten

Waarom publiceert de RDI? 

De RDI vindt openheid belangrijk. Door boetebesluiten te publiceren laat de RDI zien hoe zij haar toezicht uitvoert.  

Bevoegdheid op grond van de Woo 

De RDI beschikt op grond van de Wet open overheid (hierna: Woo) over de algemene bevoegdheid om boetebesluiten te publiceren. In het Publicatiebeleid bestuurlijke boetes RDI staan de uitgangspunten voor de publicaties van door de RDI opgelegde bestuurlijke boetes en eventuele daaropvolgende beslissingen op bezwaar.  

Categorie V en hoger 

De RDI sluit bij de keuze om tot publicatie over te gaan aan bij de categorie-indeling uit het Boetebeleid RDI (link opnemen).  

  • Categorie V en hoger: publicatie is het uitgangspunt. 

  • Categorie I t/m IV: de RDI beslist per geval of publicatie passend is. 

Burgers, marktpartijen en overheidsdiensten hebben  groot belang bij om op korte termijn kennis te namen van de vastgestelde overtreding en het optreden van de RDI daartegen. De RDI maakt altijd een belangenafweging. Het algemeen maatschappelijk belang van openbaarheid weegt daarbij meestal het zwaarst.   

Beslissing op bezwaar 

Is een boetebesluit gepubliceerd? Dan publiceert de RDI ook de beslissing op bezwaar. Dit vergroot de transparantie over het handelen van de RDI. 

Hoe publiceert de RDI? 

De RDI publiceert boetebesluiten meestal niet-geanonimiseerd. Dat betekent dat boetebesluiten met naam en toenaam van de overtreder worden gepubliceerd. Boetebesluiten worden samen met een nieuwsbericht op de website van de RDI geplaatst. Verder kan de RDI het nieuwbericht delen via haar sociale mediakanalen.   

Wachttermijn van twee weken 

Als de RDI besluit over te gaan tot publicatie van het boetebesluit (en eventueel de beslissing op bezwaar), neemt de RDI een wachttermijn van twee weken in acht. Deze twee weken kunt u gebruiken om publicatie tegen te houden via de voorzieningenrechter. In zo’n geval gaat de RDI niet over tot openbaarmaking totdat de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan.  

Vereenvoudigde afdoening: voor een sneller traject

De RDI kan een boetezaak vereenvoudigd afdoen. Dit is een sneller traject dan de normale procedure. De voorwaarden staan in de Procedure vereenvoudigde afdoening

Vereenvoudigde afdoening is gericht op een snelle en definitieve afronding van een boetezaak. Er zijn dan geen langdurige en kostbare juridische procedures nodig. Dat kan in zowel het algemeen maatschappelijk belang als van de overtreder zijn. Als u instemt met het vereenvoudigd afdoen van een zaak, past de RDI een verlaging van het boetebedrag van 15% toe. Uziet af van het instellen van bezwaar en/of beroep en stelt geen voorlopige voorziening in tegen het boetebesluit en publicatiebesluit. Hierdoor kan de RDI andere zaken oppakken, wat in het maatschappelijk belang is.  

De RDI beoordeelt per boetezaak of vereenvoudigde afdoening een geschikte optie is. De RDI bepaalt of aan u een vereenvoudigde afdoening wordt aangeboden. Er bestaat geen ‘recht’ op vereenvoudigde afdoening.  

Bezwaar en beroep

Belanghebbende(n) kunnen tegen een opgelegde boete (en publicatie daarvan) bezwaar aantekenen bij de RDI. De RDI neemt het boete- en publicatiebesluit dan in heroverweging. Aan het instellen van bezwaar bij de RDI zijn geen kosten verbonden. De kosten voor het inschakelen van rechtsbijstand komen meestal voor uw eigen rekening. 

Het maken van bezwaar 

Een bezwaarschrift moet binnen zes weken na de verzenddatum van het besluit bij de RDI worden ingediend.   

In uw bezwaarschrift moet het volgende staan: 

  1. Uw naam en adres; 

  1. De datum van uw bezwaarschrift; 

  1. Een omschrijving (of kopie) van het besluit waartegen u bezwaar maakt; 

  1. De reden waarom u het niet eens bent met dit besluit; 

  1. Uw handtekening. 

Stuur uw bezwaar naar: 

RDI – Team Juridische Zaken (Bezwaar en Beroep) 
Postbus 450 
9700 AL Groningen 

Als u zich laat vertegenwoordigen door een gemachtigde, moet u een machtiging meesturen. 

Pro forma bezwaar 

Lukt het u niet om binnen zes weken bezwaar in te dienen? Dan kunt u ook pro forma bezwaar in dienen. Pro forma betekent dat u alleen aangeeft dat u het niet eens bent met het besluit en dat u extra tijd vraagt om aan alle bovenstaande vereisten te voldoen. Dit pro forma bezwaar moet ook binnen zes weken na de verzenddatum ingediend zijn. Geef bij een pro forma bezwaar aan hoeveel extra tijd u nodig heeft. 

Rechtsbijstand 

U mag zich laten bijstaan door een advocaat of andere gemachtigde. De kosten hiervan zijn in principe voor uw eigen rekening.   

Beroep 

Nadat u bezwaar heeft ingesteld tegen een beslissing van de RDI, ontvangt u een beslissing op uw bezwaarschrift. Als u het niet eens bent met de beslissing op uw bezwaarschrift, kunt u beroep aantekenen. Als u tegen een beslissing in beroep wilt gaan, moet u binnen zes weken een brief sturen naar de bevoegde rechter. Doorgaans is dit bij RDI-zaken de Rechtbank Rotterdam. In de beslissing op bezwaar die u ontvangt staat toegelicht waar, wanneer en hoe u in beroep kunt gaan.  

Voor beroep betaalt u griffierecht. De actuele tarieven vindt u op www.rechtspraak.nl