De Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) houdt toezicht op verschillende wetten. Deze wetten gaan onder andere over telecommunicatie, apparatuur, energie en het digitale (cyber)domein. Als de RDI vaststelt dat iemand of een organisatie zich niet aan deze regels houdt, kan zij onder andere een bestuurlijke boete of een last onder dwangsom opleggen.
Op deze pagina leest u hoe het proces verloopt: van het moment dat de RDI een overtreding vaststelt tot en met een mogelijke boete en/of dwangsom, publicatie en de mogelijkheden om bezwaar te maken en beroep in te stellen.
Wanneer kan de RDI een boete opleggen?
De ministers van Economische Zaken, Klimaat en Groene Groei en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hebben de RDI aangewezen als toezichthouder. Als de RDI een overtreding vaststelt van een wet waarop zij toezicht houdt, kan zij namens één van deze ministers een bestuurlijke boete opleggen. De RDI kan er ook voor kiezen om hierover een nieuwsbericht te publiceren.
Het juridische traject van een boete
Het proces ziet er op hoofdlijnen als volgt uit.
Stelt een toezichthouder van de RDI een overtreding vast dan maakt de toezichthouder een Rapport van Bevindingen. Dit rapport gaat naar het cluster Interventies & Woo van het team Juridische Zaken. Een jurist krijgt de zaak toegewezen en behandelt deze verder.
De jurist stuurt u als overtreder brief met het voornemen om een bestuurlijke boete op te leggen. Bij deze brief zit het Rapport van Bevindingen. In de brief staat:
-
welke overtreding de RDI heeft vastgesteld;
-
hoe hoog de boete is;
-
hoe de RDI tot dit voornemen is gekomen.
De RDI kan besluiten om het boetebesluit openbaar te maken met een nieuwsbericht. Als dit zo is, dan staat dit ook in het voornemen. Meer informatie hierover leest u onder het kopje ‘Publicatie van sanctiebesluiten’.
U kunt reageren op de voorgenomen boete (en de publicatie) door het geven van een zienswijze. Het geven van een zienswijze is niet verplicht.
Waarom een zienswijze?
De RDI wil alle feiten en belangen zorgvuldig afwegen. Uw zienswijze helpt daarbij. U kunt uitleggen waarom u het niet eens bent met het voornemen of waarom u vindt dat de boete anders moet uitpakken.
Termijn
Meestal krijgt u drie weken om een zienswijze in te dienen.
Hoe kunt u een zienswijze geven?
U kunt als overtreder uw zienswijze op verschillende manieren indienen:
-
telefonisch via 088 – 041 60 00;
-
schriftelijk per post: Postbus 450, 9700 AL Groningen;
-
per e-mail: info@rdi.nl;
-
mondeling tijdens een hoorzitting op het kantoor van de RDI in Groningen.
Vermeld bij het geven van uw zienswijze het briefkenmerk en de behandelend jurist. Deze gegevens staan op de ontvangen voornemensbrief.
Wilt u uw zienswijze mondeling toelichten? Dan plant de jurist een datum in. U ontvangt hiervoor een schriftelijke uitnodiging met de benodigde praktische informatie.
De RDI kan een partij de mogelijkheid geven om een boetezaak vereenvoudigd af te doen. Dit betekent een sneller en eenvoudiger proces. Hoe dit werkt leest u hieronder onder het kopje ‘Vereenvoudigde afdoening’.
De behandeld jurist beoordeelt uw zienswijze en adviseert de coördinator van het RDI-cluster Interventies & Woo. De coördinator beslist:
-
of er een boete wordt opgelegd;
-
hoe hoog de boete is;
-
of het besluit wordt gepubliceerd.
De coördinator ondertekent het besluit namens de bevoegde staatssecretaris of minister. U ontvangt het besluit daarna aangetekend per post.
Besluit de RDI tot publicatie? Dan gebeurt dit veertien dagen na verzending van het besluit. De RDI publiceert het boetebesluit samen met een nieuwsbericht op haar website en kan dit ook delen via sociale media. Meer informatie hierover vindt u verderop onder het kopje ‘Publicatie van sanctiebesluiten’.
Termijn voor het nemen van een boetebesluit
In de Algemene wet bestuursrecht staat een richttermijn van 13 weken voor het nemen van een boetebesluit. In de praktijk kan het proces langer duren, bijvoorbeeld bij complexe zaken of als meerdere partijen hun zienswijze mogen geven.
Boetebeleid: zo bepaalt de RDI de hoogte van de boete
Om ervoor te zorgen dat in afzonderlijke zaken een passende boete wordt opgelegd, hanteert de RDI een boetebeleid.
Het boetebeleid van de RDI geldt voor alle bepalingen waarop de RDI toezicht houdt en waarvoor in de wet- en regelgeving geen boetebedrag is bepaald. Een uitzondering hierop zijn de boetebevoegdheden die de RDI heeft voor Caribisch Nederland; deze zijn uitgezonderd van het boetebeleid.
Wat betekent het boetebeleid voor u als overtreder?
Het boetebeleid geldt alleen als het gaat om een overtreding van een bepaling die onder het toezicht van de RDI valt en waarvoor de RDI besluit een boete op te leggen.
Op basis van het boetebeleid worden boetes aan de hand van een stappenplan vastgesteld. In de eerste stap van het beleid wordt een basisbedrag vastgesteld. In het boetebeleid zijn meerdere categorieën vastgesteld. Iedere categorie kent een eigen basisbedrag. Hoe ernstiger een overtreding, hoe hoger de categorie en hoe hoger het basisbedrag. Verder houdt de RDI in het stappenplan rekening met onder andere de ernst van een overtreding, de mate van verwijtbaarheid en de financiële draagkracht van een overtreder. Zo zorgt de RDI ervoor dat de boete past bij de situatie.
Hoe ziet dit er in de praktijk uit?
Om inzichtelijk te maken hoe het boetebeleid in de praktijk werkt, zijn hierna twee rekenvoorbeelden opgenomen.
Rekenvoorbeeld 1
Allereerst de situatie dat sprake is van illegaal frequentiegebruik in de vorm van een illegale omroepuitzending. Dat levert een overtreding op van artikel 10.15 van de Telecommunicatiewet, gelezen in samenhang met artikel 3.13 van de Telecommunicatiewet. De overtreding ‘illegale omroep’ is in bijlage 2 bij het boetebeleid ingedeeld in categorie IV. Uit artikel 3 van het boetebeleid blijkt dat het basisbedrag voor een overtreding die is ingedeeld in categorie IV € 150.000,- bedraagt. Indien en voor zover geen sprake is van boeteverhogende dan wel boeteverlagende omstandigheden, dan blijft het basisbedrag op grond van stappen 2 tot en met 4 staan. In stap 5 van het boetebeleid wordt vervolgens rekening gehouden met de omzet of het vermogen van een overtreder. Als sprake is van een natuurlijke persoon, dan wordt in stap 5 van het boetebeleid een percentage toegepast van 5% op het na stap 4 vastgestelde boetebedrag. In het rekenvoorbeeld betekent dit, dat het boetebedrag na stap 5, 5% van € 150.000,- bedraagt, dus € 7.500,-. Als de overtreder in staat wordt geacht dit bedrag te kunnen betalen en er geen andere bijzondere omstandigheden aan de orde zijn waardoor dit bedrag niet passend is, wordt het boetebedrag vastgesteld op € 7.500,-.
Rekenvoorbeeld 2
Verder nog een voorbeeld van een situatie waarin een grondroerder in geval van graafwerkzaamheden geen onderzoek heeft verricht naar de precieze ligging van onderdelen van netten op de graaflocatie. Dat levert een overtreding op van artikel 2, derde lid, onder b, van de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken. Deze overtreding is in bijlage 2 bij het boetebeleid ingedeeld in categorie III. Daarvoor staat op grond van artikel 3 van het boetebeleid een basisboetebedrag van € 50.000,-. Indien en voor zover geen sprake is van boeteverhogende dan wel boeteverlagende omstandigheden, dan blijft het basisbedrag op grond van stappen 2 tot en met 4 staan. In stap 5 van het boetebeleid wordt vervolgens rekening gehouden met de omzet of het vermogen van een overtreder. Als sprake is van een rechtspersoon die een omzet heeft van minder dan € 1.000.000,-, dan wordt in stap 5 van het boetebeleid een percentage toegepast van 10% op het na stap 4 vastgestelde boetebedrag. In het rekenvoorbeeld betekent dit, dat het boetebedrag na stap 5 10% van € 50.000,- bedraagt, dus € 5.000,-.
Betaling van de boete
Een boete moet op grond van de Awb worden betaald binnen zes weken na verzending van het besluit. Als u als overtreder de boete niet binnen deze termijn betaalt, bent u wettelijke rente verschuldigd. U betaalt via de factuur van het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB).
Bezwaar en betaling
Maakt u bezwaar of stelt u beroep in? Dan wordt de betaling opgeschort. U hoeft de boete pas te betalen als deze definitief is.
Betalingsregeling
Kunt u de boete niet in één keer betalen? Dan kunt u bij het CJIB een betalingsregeling aanvragen om de boete in maandelijkse deeltermijnen te betalen. Informatie hierover staat op de factuur. Het CJIB beoordeelt uw aanvraag. Voor alle vragen over betalingsregelingen kunt u bij het CJIB terecht via www.cjib.nl.
Vereenvoudigde afdoening: voor een sneller traject
De RDI kan een boetezaak vereenvoudigd afdoen. Dit is een sneller traject dan de normale procedure. De voorwaarden staan in de Procedure vereenvoudigde afdoening.
Vereenvoudigde afdoening is gericht op een snelle en definitieve afronding van een boetezaak. Er zijn dan geen langdurige en kostbare juridische procedures nodig. Dat kan in zowel het algemeen maatschappelijk belang als van de overtreder zijn. Als u instemt met het vereenvoudigd afdoen van een zaak, past de RDI een verlaging van het boetebedrag van 15% toe. U ziet af van het instellen van bezwaar en/of beroep en stelt geen voorlopige voorziening in tegen het boetebesluit en publicatiebesluit. Hierdoor kan de RDI andere zaken oppakken, wat in het maatschappelijk belang is.
De RDI beoordeelt per boetezaak of vereenvoudigde afdoening een geschikte optie is. De RDI bepaalt of aan u een vereenvoudigde afdoening wordt aangeboden. Er bestaat geen ‘recht’ op vereenvoudigde afdoening.
Wanneer kan de RDI een last onder dwangsom opleggen?
De RDI is aangewezen als toezichthouder door de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat (Digitale Economie en Soevereiniteit), de Minister van Klimaat en Groene Groei en de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Als de RDI een overtreding vaststelt van een bepaling waarop zij toezicht houdt, kan zij namens één van deze Ministers of de Staatssecretaris een last onder dwangsom opleggen. De RDI kan het dwangsombesluit ook met een bijbehorend nieuwsbericht publiceren.
Het juridische traject van een last onder dwangsom
Stelt een toezichthouder van de RDI een overtreding vast dan maakt de toezichthouder een Rapport van Bevindingen. Dit rapport gaat naar het cluster Interventies & Woo van het team Juridische Zaken. Een jurist krijgt de zaak toegewezen en behandelt deze verder.
De jurist stuurt u een brief met het voornemen om een last onder dwangsom op te leggen. Bij deze brief zit het Rapport van Bevindingen. In de brief staat:
- welke overtreding de RDI heeft vastgesteld;
- wat moet worden gedaan om een dwangsom te voorkomen;
- wat de begunstigingstermijn is;
- hoe hoog de last onder dwangsom is als niet binnen de begunstigingstermijn wordt voldaan aan de gestelde last.
U kunt reageren op de voorgenomen last onder dwangsom door het geven van een zienswijze. Het geven van een zienswijze is niet verplicht.
Waarom een zienswijze?
De RDI wil alle feiten en belangen zorgvuldig afwegen. Uw zienswijze helpt daarbij. U kunt uitleggen waarom u het niet eens bent met het voornemen of waarom u vindt dat het dwangsombesluit anders moet uitpakken.
Termijn
Meestal krijgt u drie weken om een zienswijze in te dienen.
Hoe kunt u een zienswijze geven?
U kunt als overtreder uw zienswijze op verschillende manieren indienen:
- telefonisch via 088 – 041 60 00;
- schriftelijk per post: Postbus 450, 9700 AL Groningen;
- per e-mail: info@rdi.nl;
- mondeling tijdens een hoorzitting op het kantoor van de RDI in Groningen.
Vermeld bij het geven van uw zienswijze het briefkenmerk en de behandelend jurist. Deze gegevens staan op de ontvangen voornemensbrief.
Wilt u uw zienswijze mondeling toelichten? Dan plant de jurist een datum in. U ontvangt hiervoor een schriftelijke uitnodiging met de benodigde praktische informatie.
De behandelend jurist beoordeelt uw zienswijze en adviseert de coördinator van het cluster Interventies & Woo. De coördinator beslist:
- of er een last onder dwangsom wordt opgelegd;
- wat moet worden gedaan om een dwangsom te voorkomen;
- wat de begunstigingstermijn is;
- hoe hoog de last onder dwangsom is als niet binnen de begunstigingstermijn wordt voldaan aan de gestelde last;
De coördinator ondertekent het besluit namens de bevoegde staatssecretaris of minister. U ontvangt het besluit daarna aangetekend per post.
De toezichthouder beoordeelt kort na het verlopen van de termijnen waarbinnen een dwangsom kan worden verbeurd of aan het besluit is voldaan en of er dwangsommen verschuldigd zijn. Als dat het geval is, wordt u daarover door middel van een invorderingsbesluit geïnformeerd.
Als één of meer dwangsommen verschuldigd zijn en dat is in het invorderingsbesluit toegelicht, kan de RDI besluiten om het dwangsombesluit en bijbehorende invorderingsbesluit openbaar te maken met een nieuwsbericht. Als dit zo is, dan ontvangt u een voorgenomen besluit tot openbaarmaking. Meer informatie hierover leest u onder het kopje ‘Publicatie van sanctiebesluiten’.
Besluit de RDI tot publicatie? Dan gebeurt dit veertien dagen na verzending van het besluit tot openbaarmaking. De RDI publiceert het dwangsombesluit samen met het invorderingsbesluit en een nieuwsbericht op haar website en kan dit ook delen via sociale media. Meer informatie hierover vindt u verderop onder het kopje ‘Publicatie van sanctiebesluiten’.
Dwangsombeleid: zo bepaalt de RDI de hoogte en termijnen van een dwangsom
Om ervoor te zorgen dat de hoogte en termijnen van een dwangsom in iedere zaak op basis van dezelfde uitgangspunten worden vastgesteld, hanteert de RDI een dwangsombeleid.
Het dwangsombeleid geldt voor alle bepalingen waarop RDI toezicht houdt. Een uitzondering hierop zijn de bevoegdheden die de RDI namens de minister dan wel de staatssecretaris heeft voor Caribisch Nederland; deze zijn uitgezonderd van het dwangsombeleid.
Het dwangsombeleid geldt alleen als het gaat om een (dreigende) overtreding van een bepaling die onder het toezicht van de RDI valt en waarvoor de RDI besluit een last onder dwangsom op te leggen.
Op basis van het dwangsombeleid zijn de overtredingen van bepalingen op de naleving waarvan de RDI toeziet ingedeeld naar zwaarte in verschillende categorieën. In het dwangsombeleid zijn acht categorieën opgenomen (categorie I tot en met VIII). In bijlage 2 bij het dwangsombeleid is bepaald in welke categorie een bepaling is ingedeeld. In het dwangsombeleid is voor iedere categorie een bandbreedte van de dwangsom opgenomen. De door de RDI in een concrete zaak op te leggen last onder dwangsom wordt in beginsel binnen de bandbreedte uit de betreffende categorie vastgesteld. Hoe hoog de dwangsom binnen die bandbreedte precies zal zijn, hangt af van verschillende omstandigheden, waaronder het nog te behalen financiële voordeel als een overtreding voortduurt, maar ook de beoogde werking van de dwangsom. Van de hoogte van de dwangsom moet namelijk een voldoende prikkel uitgaan om de overtreder te bewegen tot naleving van wet- en regelgeving. Wat in een concrete zaak een voldoende prikkel is, zal per zaak worden bepaald.
Daarnaast bepaalt het dwangsombeleid dat de begunstigingstermijn, dat is de termijn waarbinnen de overtreding nog kan worden beëindigd zonder dat een dwangsom verschuldigd is, zo kort mogelijk zal worden vastgesteld. Dat betekent dat de RDI rekening houdt met de tijd die redelijkerwijs nodig is om tot herstel van de overtreding te komen, maar dat de overtreder tegelijkertijd ook wel alles in het werk zal moeten stellen om op zo kort mogelijke termijn de overtreding te beëindigen.
Tot slot is in het dwangsombeleid bepaald dat tot publicatie van het dwangsombesluit kan worden overgegaan, als één of meer dwangsommen worden verbeurd.
Hoe ziet dit er in de praktijk uit?
De aard van een last onder dwangsom en de beoogde werking daarvan brengt met zich dat van geval tot geval bepaald moet worden welke dwangsom en welke termijnen in het concrete geval moeten worden vastgesteld. Hieronder zijn twee voorbeelden opgenomen waaruit blijkt hoe de inzet van de last onder dwangsom in diverse situaties kan uitwerken.
Allereerst is voorstelbaar dat een last onder dwangsom wordt opgelegd vanwege de storing van een apparaat tijdens een evenement, bijvoorbeeld op het netwerk van de nood-, spoed- of veiligheidsdiensten. In die situatie ligt een (zeer) korte begunstigingstermijn van hooguit enkele uren in de rede. In die situatie is immers, gezien het betrokken belang en de maatschappelijke impact, van belang dat de vastgestelde overtreding op zo kort mogelijke termijn wordt beëindigd. Bovendien is voorstelbaar dat de storing snel kan worden verholpen, bijvoorbeeld door het betreffende apparaat uit te zetten. Een zeer korte begunstigingstermijn ligt dan dus voor de hand. In die situatie ligt bovendien, in geval van niet naleving van de opgelegde last binnen de gestelde begunstigingstermijn, een bedrag ineens in de rede. Dat bedrag moet bovendien, mede gezien de mogelijke inkomsten die op het evenement worden gegenereerd met gebruikmaking van de betreffende apparatuur, voldoende hoog zijn om voor een financiële prikkel tot beëindiging van de overtreding te zorgen.
Een ander voorbeeld om de toepassing van dit beleid in de praktijk te duiden, is de situatie dat een energiemeter moet worden gewisseld. De aangeslotene op het energienetwerk die nog beschikt over een zogenaamde Ferrarismeter, heeft er financieel voordeel van als de meterwissel niet wordt doorgevoerd. Dat is anders bij de aangeslotene in een pand waarop geen zonnepanelen zijn aangebracht. Het betreft een overtreding van dezelfde norm (artikel 2.47 Energiewet), die is ingedeeld in categorie I. Om de aangeslotene mét zonnepanelen (meer) te kunnen prikkelen om tot normconform gedrag te komen, kan de RDI het door de aangeslotene in een pand met zonnepanelen te behalen financiële voordeel betrekken bij het vaststellen van de hoogte van de dwangsom binnen de bandbreedte als bedoeld in artikel 5.1. Dat kan in de praktijk tot een hogere dwangsom leiden dan aan aangeslotenen in een pand zonder zonnepanelen.
Publicatie van sanctiebesluiten
Waarom publiceert de RDI?
De RDI vindt openheid belangrijk. Door sanctiebesluiten te publiceren laat de RDI zien hoe zij haar toezicht uitvoert.
Bevoegdheid op grond van de Woo
De RDI beschikt op grond van de Wet open overheid (hierna: Woo) over de algemene bevoegdheid om sanctiebesluiten te publiceren. In het Publicatiebeleid sancties RDI staan de uitgangspunten voor de publicaties van door de RDI opgelegde bestuurlijke boetes en dwangsommen en eventuele daaropvolgende beslissingen op bezwaar.
Publicatie van boetebesluiten - Categorie V en hoger
De RDI sluit bij de keuze om tot publicatie over te gaan aan bij de categorie-indeling uit het Boetebeleid RDI.
-
Categorie V en hoger: publicatie is het uitgangspunt.
-
Categorie I t/m IV: de RDI beslist per geval of publicatie passend is.
Burgers, marktpartijen en overheidsdiensten hebben groot belang bij om op korte termijn kennis te namen van de vastgestelde overtreding en het optreden van de RDI daartegen. De RDI maakt altijd een belangenafweging. Het algemeen maatschappelijk belang van openbaarheid weegt daarbij meestal het zwaarst.
Publicatie van dwangsombesluiten – Categorie V en hoger en verbeurte
De RDI sluit bij de keuze om tot publicatie over te gaan aan bij de categorie-indeling uit het Dwangsombeleid RDI.
- Categorie V en hoger: publicatie is het uitgangspunt.
- Categorie I t/m IV: de RDI beslist per geval of publicatie passend is.
De RDI gaat in beginsel over tot publicatie als sprake is van één of meer verbeurde dwangsommen. Daarvan is sprake als niet binnen de gestelde begunstigingstermijn aan het lastbesluit wordt voldaan. Als dat zo is, dan zal de RDI een invorderingsbesluit nemen. Als binnen de begunstigingstermijn aan de last wordt voldaan, zal niet tot publicatie worden overgegaan, ook niet als sprake was van een overtreding die is ingedeeld in categorie V.
Beslissing op bezwaar
Is een boetebesluit of dwangsombesluit gepubliceerd? Dan publiceert de RDI ook de beslissing op bezwaar. Dit vergroot de transparantie over het handelen van de RDI.
Hoe publiceert de RDI?
De RDI publiceert sanctiebesluiten meestal niet-geanonimiseerd. Dat betekent dat sanctiebesluiten met naam en toenaam van de overtreder worden gepubliceerd. Sanctiebesluiten worden samen met een nieuwsbericht op de website van de RDI geplaatst. Verder kan de RDI het nieuwbericht delen via haar sociale mediakanalen.
Wachttermijn van twee weken
Als de RDI besluit over te gaan tot publicatie van het sanctiebesluit (en eventueel de beslissing op bezwaar), neemt de RDI een wachttermijn van twee weken in acht. Deze twee weken kunt u gebruiken om publicatie tegen te houden via de voorzieningenrechter. In zo’n geval gaat de RDI niet over tot openbaarmaking totdat de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan.
Bezwaar en beroep
Belanghebbende(n) kunnen tegen een opgelegde sanctie (en publicatie daarvan) bezwaar aantekenen bij de RDI. De RDI neemt het sanctie- en publicatiebesluit dan in heroverweging. Aan het instellen van bezwaar bij de RDI zijn geen kosten verbonden. De kosten voor het inschakelen van rechtsbijstand komen meestal voor uw eigen rekening.
Het maken van bezwaar
Een bezwaarschrift moet binnen zes weken na de verzenddatum van het besluit bij de RDI worden ingediend.
In uw bezwaarschrift moet het volgende staan:
- Uw naam en adres;
- De datum van uw bezwaarschrift;
- Een omschrijving (of kopie) van het besluit waartegen u bezwaar maakt;
- De reden waarom u het niet eens bent met dit besluit;
- Uw handtekening.
Stuur uw bezwaar naar:
RDI – Team Juridische Zaken (Bezwaar en Beroep)
Postbus 450
9700 AL Groningen
Als u zich laat vertegenwoordigen door een gemachtigde, moet u een machtiging meesturen.
Pro forma bezwaar
Lukt het u niet om binnen zes weken bezwaar in te dienen? Dan kunt u ook pro forma bezwaar in dienen. Pro forma betekent dat u alleen aangeeft dat u het niet eens bent met het besluit en dat u extra tijd vraagt om aan alle bovenstaande vereisten te voldoen. Dit pro forma bezwaar moet ook binnen zes weken na de verzenddatum ingediend zijn. Geef bij een pro forma bezwaar aan hoeveel extra tijd u nodig heeft.
Rechtsbijstand
U mag zich laten bijstaan door een advocaat of andere gemachtigde. De kosten hiervan zijn in principe voor uw eigen rekening.
Beroep
Nadat u bezwaar heeft ingesteld tegen een beslissing van de RDI, ontvangt u een beslissing op uw bezwaarschrift. Als u het niet eens bent met de beslissing op uw bezwaarschrift, kunt u beroep aantekenen. Als u tegen een beslissing in beroep wilt gaan, moet u binnen zes weken een brief sturen naar de bevoegde rechter. Doorgaans is dit bij RDI-zaken de Rechtbank Rotterdam. In de beslissing op bezwaar die u ontvangt staat toegelicht waar, wanneer en hoe u in beroep kunt gaan.
Voor beroep betaalt u griffierecht. De actuele tarieven vindt u op www.rechtspraak.nl.