Laatste update: 8 januari 2026
Aanvragen
Alleen rechtspersonen (die in het bezit zijn van een geldige aanwijzing of toewijzing van het Commissariaat voor de Media) kunnen een vergunning aanvragen. Let op dat u uw statutaire naam juist invult.
Voorbeelden van rechtspersonen zijn een vereniging, een stichting en een besloten vennootschap (bv). Een eenmanszaak, maatschap of commanditaire vennootschap kan bijvoorbeeld geen aanvraag indienen, omdat dit geen rechtspersonen zijn.
Vul het aanvraagformulier vergunning lokale digitale radio voor commerciële omroep volledig en correct in en voeg alle gevraagde documenten toe. Om uw aanvraag compleet te maken, levert u naast het formulier ook de benodigde gegevens en documenten aan, zoals de statuten en een uittreksel uit het handelsregister. Let erop dat u zich precies aan het formulier houdt.
Stuur de aanvraag naar info@rdi.nl of stuur deze per post naar de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur, Postbus 450, 9700 AL Groningen.
Er zijn twee formulieren voor het aanvragen van vergunningen. Het aanvraagformulier voor de eerste periode heeft een looptijd van 15 januari 2026 tot en met 11 februari 2026. Commerciële omroepen kunnen tijdens deze vier weken per allotment één vergunning aanvragen.
Vanaf 12 februari 2026 kunt u meer vergunningen per allotment aanvragen. Gebruik hiervoor het aanvraagformulier dat wij op 5 februari 2026 op de website plaatsen.
U kunt vanaf 15 januari 2026 een aanvraag indienen. Dit kan per e-mail naar info@rdi.nl of per post naar de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI), Postbus 450, 9700 AL Groningen.
Laat het aanvraagformulier ondertekenen door iemand die bevoegd is. In het handelsregister van de Kamer van Koophandel raadpleegt u wie bevoegd is (of zijn). Stuur de statuten van de rechtspersoon mee als uit het handelsregister niet duidelijk blijkt wie bevoegd is (of zijn) om te ondertekenen.
Soms wordt een aanvraag door slechts één van de gezamenlijk vertegenwoordigingsbevoegde personen ondertekend, terwijl volgens de statuten twee of meer personen samen bevoegd zijn. Controleer daarom altijd of u de aanvraag ondertekent in overeenstemming met het handelsregister, de statuten en eventuele volmachten.
Voeg bij uw aanvraag een uittreksel uit het handelsregister en een kopie van de statuten toe. Zorg ervoor dat dit de meest recente documenten zijn. Het kan zijn dat u uittreksels en statuten van meerdere rechtspersonen mee moet sturen.
Bent u niet bevoegd en wilt u wel de aanvraag indienen namens de omroep? Stuur dan een machtiging mee. De machtiging moet zijn ondertekend door de persoon of personen die wel bevoegd zijn.
De aanvrager is niet failliet of in liquidatie en heeft zelf ook geen faillissement aangevraagd. Daarnaast is aan de aanvrager geen surséance van betaling verleend en is er ook geen surséance aangevraagd.
De aanvrager heeft geen akkoord buiten faillissement aangeboden en er is geen herstructureringsdeskundige aangewezen. Ook is er geen beslag gelegd op een of meer bedrijfsmiddelen van de aanvrager.
Verder beschikt de aanvrager over een geldige toestemming van het Commissariaat voor de Media. Alleen de aanvraag tot toestemming of de begeleidende brief van het Commissariaat overleggen, is niet voldoende.
Wij behandelen de aanvragen op volgorde van binnenkomst, waarbij alleen de datum leidend is.
Als twee of meer aanvragen op dezelfde datum aan de wettelijke voorschriften voldoen, maar er niet genoeg frequentieruimte beschikbaar is om alle aanvragen toe te wijzen, wordt de volgorde bepaald door loting.
Tijdens de eerste vier weken van de aanvraagperiode kunt u slechts één vergunning per allotment aanvragen. Wilt u meerdere vergunningen in een bepaald allotment? Dan kunt u na deze periode een nieuwe aanvraag voor dat allotment indienen.
Lokale, landelijke en niet-landelijke radio-omroepmarkten moeten apart van elkaar blijven. Dat staat in artikel 3a van de Tijdelijke regeling gebruiksbeperking commerciële radio-omroep. Daarom vraagt de RDI u om bij de aanvraag een uitleg te geven over wie de eigenaar is en wie de beslissingen neemt in uw bedrijf. De beschrijving moet duidelijk maken welke banden u heeft met andere partijen. Zo kunnen we zien hoe u verbonden bent met vergunninghouders van landelijke of niet-landelijke commerciële radio-omroep.
In uw beschrijving moet u alle relevante onderwerpen uit onderdeel 7 van het aanvraagformulier (punten 1 tot en met 10) aankruisen. Voor vragen die u met 'ja' beantwoordt, vragen wij u om een toelichting. In onderdeel 9 van het aanvraagformulier leest u welke documenten u in dat geval bijvoegt.
Voor commerciële omroepen gaat het om een kopie van een geldige toestemming. De toestemming staat op de statutaire naam van de aanvrager. De toestemming is ondertekend door het Commissariaat voor de Media.
Let op: stuur niet de begeleidende brief mee, maar het daadwerkelijke besluit.
In 2024 is een deel van de beschikbare ruimte voor lokaal DAB+ (laag 6) op aanvraag verleend aan lokale publieke omroepen. De ruimte die daarna overbleef, is via een veiling verdeeld onder commerciële omroepen. Tijdens deze veiling bleek dat er bij geen van de 57 allotments sprake was van schaarste.
Daarom wordt verwacht dat ook in de huidige vergunningsperiode, die loopt tot en met 31 augustus 2030, weinig kans is op schaarste in laag 6. Om die reden is in dit bijzondere geval besloten om de resterende frequentieruimte tijdens deze vergunningsperiode te verlenen op basis van volgorde van binnenkomst.
Ingebruiknameverplichting
Ja, die geldt. De vergunninghouder moet de dienst aanbieden met een geografische verzorging van 60% mobiele ontvangst en een demografische verzorging van 50% binnenontvangst.
Er kan bij de RDI een gemotiveerd verzoek worden ingediend om in bijzondere gevallen af te wijken van deze verplichting.
Uitzending voor lokale publieke omroepen
Nee, als u een FM-vergunning heeft dan moet u op DAB+ gelijktijdig en ongewijzigd hetzelfde programma uitzenden als op FM (simulcast).
Aandachtspunten die belangrijk zijn voor het uitrollen van uw DAB+ zender
In de Telecommunicatiewet (Tw) staat dat een radioapparaat aan bepaalde eisen moet voldoen. DAB+ en FM-zenders vallen daaronder.
In het Besluit Radioapparaten 2016 zijn de eisen en richtlijnen waaraan een radioapparaat moet voldoen, uitgewerkt. Daarin staat onder andere dat de fabrikant en/of importeur moet zorgen voor een CE-markering en voor een verklaring van overeenstemming (Declaration of Conformity) van het radioapparaat dat hij op de markt brengt).
Bent u vergunninghouder dan moet u de frequentieruimte in gebruik nemen. Om een minimale verzorging te garanderen zijn in de vergunning eisen gesteld aan de minimale veldsterkte.
Deze veldsterkte eisen zijn een geografische verzorging van 60% mobiele ontvangst en een demografische verzorging van 50% binnenontvangst.
Geografische en demografische verzorging
Bij de veldsterkte eisen wordt onderscheid gemaakt in geografische verzorging en demografische verzorging. De geografische verzorging betreft het oppervlakte percentage van het allotment waar mobiele ontvangst mogelijk is. De demografische verzorging betreft het percentage van de populatie binnen het allotment die de mogelijkheid heeft tot binnenontvangst. De veldsterktewaarden voor mobiele ontvangst en binnenontvangst zijn verschillend.
Mobiele ontvangst en binnenontvangst
De veldsterktewaarden voor mobiele ontvangst en binnenontvangst zijn verschillend en zijn respectievelijk vastgesteld op 60 dBµV/m en 66 dBµV/m op 10 m hoogte voor 50% van de tijd en plaats bij een referentiefrequentie van 200 MHz. In de praktijk zal een afwijkende centrumfrequentie worden gebruikt, afhankelijk van het vergunde frequentieblok, waarbij de vereiste veldsterkte eveneens zal afwijken. De voorgeschreven veldsterkte behorend bij het vergunde frequentieblok vindt u in onderdeel A.3.5.2 van Appendix 3.5 van annex 2 van GE06.
Om te bepalen of aan de vereiste veldsterktes wordt voldaan, hanteren wij een rekenmethode voor het berekenen van de vereiste veldsterktes voor de geografische en demografische verzorging. Deze rekenmethode, gebaseerd op GE06, is opgenomen in de bijlage van de vergunning.
Neem hiervoor een bandfilter op in uw zender en antenne-installatie. Voor de meeste allotments is spectrummasker 2 voorgeschreven. Alleen voor kanaalnummer 12D geldt spectrummasker 3.
Een bandfilter onderdrukt het uitgangsspectrum van een DAB+ zender zodat het spectrum voldoet aan de curve van het spectrummasker. Zonder een bandfilter of met een slecht bandfilter kunnen de nabuurkanalen flink worden verstoord.
Er zijn veldsterktelimieten in de vergunning opgenomen omdat het frequentiekanaal ook in andere (naburige) allotments wordt gebruikt. Binnen deze veldsterktelimieten ondervindt een andere vergunninghouder geen storing van uw zender(s). Houdt u bij het uitrekenen van het uitgestraalde vermogen van een opstelpunt rekening met deze limieten.
De veldsterkte wordt bepaald op 10 meter hoogte.
* Deze veldsterktenorm is gebaseerd op 50% plaats- en 50% tijdsafhankelijkheid.
** Deze veldsterktenorm is gebaseerd op 50% plaats- en 1% tijdsafhankelijkheid.
Antennesystemen met relatief hoge vermogens op een relatief geringe hoogte kunnen in de nabijheid van het opstelpunt hoge veldsterktewaarden veroorzaken. Een (te) hoge veldsterkte kan problemen geven met de ontvangst van andere zenders in de nabije omgeving van de zender die de hoge veldsterkte veroorzaakt. Als een ontvanger buiten het gewenste signaal een zeer sterk signaal ontvangt zal de gevoeligheid van de ontvanger degraderen (blocking) met als gevolg dat het gewenst signaal mogelijk niet meer hoorbaar is. Daarnaast kan een hoge veldsterkte allerlei andere problemen op het gebied van elektromagnetische compatibiliteit (EMC) veroorzaken.
Dit voorkomt u met een meerlaags, bij voorkeur minimaal 4-laags, antennesysteem dat bestaat uit dipoolantennes en/of kleine yagi-antennes. De verticale openingshoek van een 4-laags antennesysteem is vele malen kleiner dan een enkellaags antennesysteem, waardoor de nabije veldsterkte lager wordt. Verder weg gelegen DAB+ zenders zijn hierdoor goed te ontvangen in de buurt van het zenderopstelpunt.
Antennesystemen (zowel DAB als FM) worden vaak ontworpen in software waarbij de omgeving als ideaal wordt verondersteld. In de praktijk is de omgeving nooit ideaal. Zo moet een antenne ergens aan vast gemaakt te worden en meestal is ook de omgeving niet mee gesimuleerd.
Als u een DAB+ antennesysteem plaatst tussen het FM-antennesysteem dan voldoen beide systemen niet meer aan de specificaties waarvoor ze zijn ontworpen. Deze plaatsing beïnvloedt van beide systemen zowel het stralingsdiagram als de antenneversterking (gain). Het effect kan onder andere zijn dat u de verzorging van uw eigen FM-zender aantast of het verzorgingsgebied van een andere vergunninghouder verstoort.
Wij gebruiken deze gegevens o.a. voor het berekenen van de theoretische veldsterktelimieten die in uw digitale vergunning zijn opgenomen. Het is belangrijk dat u de daadwerkelijke parameters van de zender(s)op tijd doorgeeft. De gegevens zijn nodig voor het oplossen van storingen en het houden van toezicht. Dit geldt later ook voor een eventuele wijziging van de zenderparameters en opstelpunt(en).
Wilt u binnen de termijn van vier weken nadat de vergunning is verleend uw DAB+ zender(s) in gebruik nemen? Meld dit dan bij ons voordat u de DAB+ zender(s) inschakelt.
Professionele zenderoperators hebben de afgelopen jaren veel ervaring en kennis opgedaan met het aanleggen van DAB+ zendernetwerken. U kunt daar baat bij hebben. Zo is het theoretisch doorrekenen van de benodigde radiodekking zonder over de gestelde veldsterktelimieten heen te gaan geen eenvoudige klus. Een professionele zenderoperator kan u hierbij ontzorgen. Maak bij het inschakelen van een zenderoperator goede afspraken over de kwaliteit van zijn werk. U blijft als individuele vergunninghouder verantwoordelijk voor naleving van de vergunningsvoorschriften.