Aan het op afstand besturen van drones en modelvliegtuigen zijn voorwaarden verbonden. Op de website van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) leest u welke regels gelden en waar u mag vliegen.

Voor het besturen van een drone of modelvliegtuig gebruikt u frequentieruimte. In sommige gevallen heeft u daarvoor een vergunning nodig. Op deze pagina leest u welke voorwaarden gelden en wanneer u een vergunning bij ons aanvraagt.

Rol van de RDI

De RDI verdeelt de beschikbare frequentieruimte. Zo zorgen we ervoor dat gebruikers van frequenties elkaar niet storen en frequenties kunnen delen. Daarom stellen we voorwaarden en beperkingen op die dat mogelijk maken.

Modelvliegen

Met modelvliegen bedoelen we het besturen van een modelvliegtuig. Voor de besturing maakt u gebruik van frequentieruimte. Uw afstandsbesturing is bedoeld om korte afstanden te overbruggen en heeft een gering zendvermogen. In Nederland gebruikt u hiervoor de frequentieruimte voor vergunningsvrije radiotoepassingen. U hoeft daarvoor geen vergunning aan te vragen of een melding te doen. Aan het gebruik van deze frequentieruimte  zijn wel voorwaarden verbonden.

Drones (RPAS)

De meeste drones gebruiken frequentieruimte waarvoor geen vergunning nodig is. Ook hiervoor gelden voorwaarden. De fabrikant heeft ervoor gezorgd dat het gebruik van de drone automatisch aan deze voorwaarden voldoet.

Sommige drones worden professioneel gebruikt, bijvoorbeeld voor:

  • tv-opnames;
  • het inspecteren van bruggen;
  • het meten van schadelijke uitstoot van rookgassen door zeeschepen.

In deze situaties is vergunningsvrij gebruik van frequentieruimte soms niet voldoende. Het bereik kan bijvoorbeeld te klein zijn voor de gewenste afstand. Ook kan op grotere afstand meer storing ontstaan door andere draadloze toepassingen, zoals wifi. Deze toepassingen mogen onder voorwaarden dezelfde frequentieruimte gebruiken.

Wanneer heeft u een vergunning nodig

Als vergunningsvrij gebruik van frequentieruimte niet voldoende is of niet is toegestaan, kunt u een vergunning aanvragen. Dit kan bijvoorbeeld nodig zijn als het zendvermogen niet groot genoeg is om de afstand tussen de afstandsbediening en de drone te overbruggen

U kunt een vergunning aanvragen voor tijdelijk of permanent gebruik. Als geschikte frequentieruimte beschikbaar is en uw apparaat deze ondersteunt, wijzen wij u andere frequenties toe. Zo nodig mag u daarbij een hoger zendvermogen gebruiken dan bij vergunningsvrij gebruik is toegestaan. Dit wordt dan in de vergunning beschreven.

Een vergunning is alleen geldig in Nederland.

Vergunningen voor drones of RPAS

Welke vergunning u nodig heeft, hangt af van het doel waarvoor u de drone gebruikt.

Besturing en videobeelden

Voor het besturen van een professionele drone of RPAS (Remotely Piloted Aircraft Systems) kunt u een vergunning aanvragen. Dit geldt ook voor de verbinding waarmee u de payload overdraagt, meestal videobeelden.

Het gaat om frequentieruimte in de band 2300-2495 MHz. Deze frequentieruimte wordt gedeeld met andere gebruikers, bijvoorbeeld partijen die tijdens evenementen audio en video verzorgen.

Radiocontact met de luchtverkeersleiding

Vliegt u met een drone in de buurt van luchthaven en moet u tweezijdig radiocontact onderhouden met de luchtverkeersleiding? Dan kunt u een vergunning voor luchtvaartcommunicatie bij drone-gebruik aanvragen.

U gebruikt dan frequentieruimte in de luchtvaartmobiele band (118-137 MHz). Ook moet u beschikken over een RT-bevoegdheid.

Transponder op een overheidsdrone

Sommige onbemande staatsluchtvaartuigen moeten zichtbaar zijn voor de luchtverkeersleiding of voor andere (bemande) vliegtuigen Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat kan dan het gebruik van een transponder verplichten. Voor het gebruik heeft u een RPAS-vergunning nodig.

U kunt via Mijn RDI een vergunning aanvragen voor het gebruik van de transponderfrequentie. Uw drone moet daarvoor van de ILT een ICAO  24-bit adres toegewezen hebben gekregen. Dit adres moet in de transponder worden geprogrammeerd.

Ontwikkelen en testen van drones

Ontwikkelt en test u professioneel drones? Of ontwikkelt en test u toepassingen voor drones? Dan kunt u een testvergunning voor drones aanvragen.

Lever hiervoor de gegevens aan die ook nodig zijn voor een aanvraag voor een experimenteervergunning. U ontvangt dan een vergunning voor het testen van onbemande voer-, vlieg- en vaartuigen.

Dit kan in de frequentiebanden 400,15 – 401 MHz en 5030 – 5091 MHz. Het gebruik van deze frequentieruimte wordt secundair en onder voorwaarden vergund. U mag andere gebruikers in deze frequentiebanden niet storen. Zie ook hoofdstuk 4 van het Nationaal Frequentieplan (NFP).

Wat doet u bij storing

Vergunningvrije toepassingen maken meestal gebruik van gedeelde frequentiebanden. Omdat deze frequenties openbaar zijn, kan er storing optreden als meerdere apparaten dezelfde frequentieband gebruiken.

De RDI doet voor deze apparatuur geen storingsonderzoek. Dat doen we alleen voor apparatuur waarvoor een vergunning of registratie nodig is.

Vaak kunt u een storing zelf oplossen. Op onze website vindt u een aantal tips om storingen zoveel mogelijk te voorkomen.

Lukt het niet om de storing zelf op te lossen? Dan kunt u een storingsmelding bij ons doen. De RDI controleert vervolgens of apparatuur aan de eisen voldoet. Als dat nodig is, nemen we maatregelen.

Heeft u gevonden wat u zocht?

Was deze informatie nuttig voor u? Mist u zaken? We horen graag hoe we onze website kunnen verbeteren.

Waar u mag vliegen: Inspectie Leefomgeving en Transport

De voorwaarden voor gebruik van RPAS en modelvliegtuigen, én waar u mag vliegen vindt u bij de Inspectie Leefomgeving en Transport drones en modelvliegtuigen).

Feedbackformulier

Hiermee kunnen wij als dat nodig is persoonlijk contact met u opnemen.
Hiermee kunnen wij als dat nodig is persoonlijk contact met u opnemen.

Informatie over de verwerking van uw persoonsgegevens

Wij gebruiken uw gegevens om uw vraag te beantwoorden, waarna ze vernietigd worden. Uw informatie wordt niet met derden gedeeld.

Akkoordverklaring (verplicht)