Landelijk Meetnet Telecom (LMT)
Onmisbare schakel in het bewaken van frequenties
In de vorige nieuwsbrief voor chefs porto las je hoe inspecteurs op locatie frequentiebanden voor portofoons en mobilofoons monitoren. Maar wist je dat dit werk ook landelijk wordt ondersteund?
Vanuit het monitoringstation in Amersfoort houdt de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) continu het radiospectrum in de gaten. Deze landelijke monitoring vormt een belangrijke aanvulling op het werk in het veld en helpt om storingen sneller te signaleren en aan te pakken.
Altijd zicht op het radiospectrum
Wij bewaken continu het radiospectrum in Nederland. Dat is belangrijk voor iedereen die afhankelijk is van draadloze communicatie, zoals portofoongebruikers bij evenementen, beveiliging of hulpverlening.
Met het Landelijk Meetnet Telecom (LMT) meten we 24 uur per dag welke signalen er in de lucht zijn. Zo kunnen we storingen snel opsporen en oplossen.
Hoe werkt het Landelijk Meetnet Telecom?
Het LMT bestaat uit 15 meetposten verspreid over Nederland. Deze staan op hoge (minimaal 50 meter hoog) locaties en zijn uitgerust met gevoelige antennes en ontvangers. Zij meten continu het gebruik van frequenties tussen 80 MHz en 3,8 GHz. Denk aan FM-radio, luchtvaart, DAB+ en portofoonverkeer.
Alle meetposten zijn verbonden met een centrale locatie in Amersfoort. Daar houden monitoringanalisten het radiospectrum in de gaten en signaleren zij afwijkingen, zoals storingen of onverwachte uitzendingen.
Eén van hen is Rick, hij vertelt: ‘Als een zender plots aan of uit gaat, is dat vaak een aanwijzing voor een illegale zender. Door mee te luisteren kunnen we dat bevestigen en direct actie laten ondernemen.’
Van signaal naar oplossing
De informatie uit het meetnet wordt direct gebruikt door inspecteurs in het veld. Zij kunnen onderweg de meetgegevens bekijken en gericht zoeken naar de bron van een storing.
Daarnaast rijden inspecteurs met speciale meetvoertuigen. Deze meten het radiospectrum in de omgeving, zodat ze storingen snel en nauwkeurig kunnen lokaliseren.
Richtingzoekers: snel de bron vinden
Drie meetposten, in Wijdemeren, Amstelveen en Schiedam, zijn uitgerust met richtingzoekers. Hiermee kunnen we bepalen uit welke richting een signaal komt.
Deze techniek wordt vaak ingezet bij storingen op marifoonkanaal 16, het noodkanaal op zee. Meldingen komen meestal via de Kustwacht binnen. Een veelvoorkomende oorzaak is een microfoon waarvan de spreeksleutel blijft hangen, waardoor het kanaal onbedoeld bezet blijft.
Door vanuit meerdere locaties te meten (kruispeiling), kunnen we de vermoedelijke locatie van de stoorbron bepalen. Inspecteurs gaan vervolgens ter plaatse om de exacte bron te vinden en de storing op te lossen.
NAVO-top: maximale inzet
Tijdens de NAVO-top in Den Haag, eind juni vorig jaar, draaide het monitoringstation in Amersfoort op volle capaciteit. Een week lang was het team dag en nacht actief om het radiospectrum te bewaken. Vanuit Amersfoort werd nauw samengewerkt met teams in het veld en met collega’s rond het World Forum. Meldingen van professionele gebruikers werden direct geregistreerd, beoordeeld en waar nodig opgevolgd. Bij een evenement van deze omvang is storingsvrije communicatie essentieel. Hulpdiensten, beveiliging en organisatie moeten op elk moment op hun verbinding kunnen vertrouwen.
Voor Rick was dit een bijzonder moment: ‘Tijdens zo’n groot evenement werk je samen op het scherpst van de snede. De ogen van de wereld zijn op Den Haag gericht. Dan wil je dat alles in de ether probleemloos verloopt. Op zulke momenten zie je hoe belangrijk ons werk is voor een veilig en verbonden Nederland.’