
Luisteren naar piepjes en kraakjes in het spectrum
Wist je dat de RDI ook het landmobiele radiospectrum in de gaten houdt?
Duizenden bedrijven en maatschappelijke organisaties maken dagelijks gebruik van portofoons en mobilofoons. De RDI geeft vergunningen uit om de hiervoor gebruikte frequenties in goede banen te leiden. In de vergunningen zijn (technische) regels opgenomen. Doel van de regels is om storingen op andere gebruikers en toepassingen te voorkomen. De RDI voert inspecties uit om te controleren of vergunninghouders zich aan de regels houden. Wist je dat de RDI ook het landmobiele radiospectrum in de gaten houdt, monitort?
Speciale monitoringvoertuigen
De RDI beschikt over twee speciale voertuigen die zijn uitgerust met monitoringapparatuur. Hiermee kunnen onze inspecteurs op locatie onder andere de frequentiebanden voor mobilofonie en portofonie in de gaten houden.
Beide voertuigen beschikken aan de achterzijde over een pompmast die op de monitoringlocatie acht meter in de lucht kan worden geschoven. Aan de bovenzijde van demast kan een breedbandige, actieve antenne worden bevestigd die geschikt is voor radiosignalen tot 3 GHz. De hoogte van de antenne maakt het mogelijk om radiosignalen in een groot gebied rondom het voertuig te ontvangen.
Collega Eric is één van de inspecteurs die zich bezighoudt met landmobiele monitoring. Hij legt uit: “Achter in de bus heb ik de beschikking over een werkplek: een bureau met daarop twee ontvangers die het landmobiele spectrum scannen, een laptop en daarvoor een bureaustoel. Met deze ontvangers kan ik meerdere frequentiebanden gelijktijdig monitoren. Eén ontvanger is aangesloten op een laptop met daarop decoderingsoftware. Met deze software kan ik automatisch analoge en digitale radiosignalen detecteren, analyseren, decoderen en presenteren. In dit geval is de scanner vast afgestemd op de trunkingband die loopt van 410 tot 430 MHz. Met de software kan ik onder andere de gebruikte netwerkidentificaties uitlezen – waaronder de Mobile Country Code en Mobile Network Code. Hiermee kan ik nagaan welke vergunninghouders op dat moment uitzenden.”
Voor in de bus bevinden zich ook twee ontvangers, waarvan er één is aangesloten op een peiler. Deze peiler, ook wel radiorichtingzoeker genoemd, is door de RDI in eigen beheer ontworpen en ontwikkeld en in een groot aantal dienstvoertuigen ingebouwd. Met de peiler kunnen Eric en zijn collega’s onderweg veldsterktemetingen doen en de richting van radiosignalen bepalen.
Gebiedsgerichte monitoring
De RDI focust zich met de landmobiele monitoring op de grote industrieclusters in Nederland, zoals Rotterdam-Moerdijk, het Noordzeekanaalgebied en Chemelot. In de clustergebieden zitten veel vergunninghouders bij elkaar en is er een verhoogde storingskans. Ook zijn de economische en veiligheidsbelangen in deze gebieden groot. Eric en zijn collega’s proberen de grote clusters meerdere keren per jaar aan te doen. Ook komt hij regelmatig op bedrijfs- en industrieterreinen elders in het land.
Eric: “Voordat ik afreis naar een geselecteerd gebied, bereid ik me goed voor. Ik controleer het vergunningenbestand in het frequentieplanningssysteem. Zo weet ik welke vergunningen in het gebied zijn uitgegeven en welke frequenties ik kan verwachten waar te nemen. Ook bepaal ik van tevoren op welke locaties in het gebied ik met de bus wil staan. Eenmaal in het gebied aangekomen, zet ik mijn mast omhoog en scan ik de verschillende frequentiebanden af. Hierbij controleer ik of de waargenomen radiosignalen in het gebied thuishoren.”
Eric heeft in zijn monitoringwerk vooral aandacht voor afwijkend en illegaal frequentiegebruik. Bij afwijkingen zijn Eric en zijn collega bevoegd bedrijven en organisaties hierop aan te spreken. Regelmatig vormen hun waarnemingen input voor inspecties die de RDI uitvoert bij landmobiele vergunninghouders.


